Het Parool zaterdag 27 oktober 2007

'Het maakt me wel eens ongelukkig'

Els Iping, stadsdeelvoorzitter in het centrum, heeft een pittige periode achter de rug. Het aftreden van haar collega Anne Lize van der Stoel luidde een korte bestuurscrisis in. Een negatief protret van haar in Het Parool werd gevolgd door het opzetten van een website door tegenstanders.

Bas Soetenhorst

Hoe kijkt u terug op de afgelopen weken?
Iping: “Ik vind het ontzettend jammer dat het mij blijkbaar niet is gelukt duidelijk te maken waar we voor staan. In alle relletjes gaat het nooit om de inhoud. Een mooi voorbeeld was de Evenementennota. Het beeld was: evenementen gaan aan banden en het wordt allemaal vertrut. Tijdens de inspraakronde wilde een ondernemer mij de les lezen, tot hij ontdekte dat het aantal evenementen juist wordt uitgebreid. Bij de Terassennota gebeurt nu hetzelfde. Men roept: er gaan 150 horecaterrassen weg. Dat is niet waar. Die website, daar staan zoveel onwaarheden op, daar ga ik liever niet op in. Ik zag de initiatiefnemer op AT5 bij een terras staan en zeggen: ‘Ik wil m’n pilsje kunnen drinken en die moeder met dat kind kan hier even de stoep af en d’r omheen.’ Voor die moeder wil ik wel staan. Ook die duizenden mensen op die site zullen toch met me eens zijn dat de stoep er is voor voetgangers? In de Terrassennota zoeken we naar balans. Terrassen mogen uitbreiden waar het kan, bijvoorbeeld aan het water.”

Op pagina 1 staat dat een veilige ‘doorloopruimte’ voor voetgangers het belangrijkste uitganspunt is. Zoiets bevestigt het beeld van het vertrutten van de binnenstad. Waarom is het uitgangspunt niet: hoe zorgen we voor mooie terrassen, mede rekening houdend met voetgangers?
“We bevestigen oud beleid, waarbij er minimaal anderhalve meter ruimte voor voetgangers is. Als u zegt: het begin van de nota geeft aanleiding voor het een ander beeld, dan moeten we daar nog eens naar kijken. Maar je moet niet selectief lezen. En ik sta voor die moeder.”

Zijn er veel verkeersongevallen rondom terrassen?
“Er zijn heel veel gevaarlijke situaties. De allure van de binnenstad is de combinatie van functies. Niet zoals Londen wat vooral een zakenstad is of een stad waar het verkeer de hoofdmoot vormt. Amsterdam is de meest intieme wereldstad, dat heb ik gepikt van Paul Hermanides, de voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland.”

Maar hoe ernstig is het probleem rond de veiligheid van terrassen?
“Het is helemaal niet zo’n heel ernstig probleem. Maar de Rekenkamer heeft vastgesteld dat de regelgeving rond terrassen een zooitje is en dat proberen we te veranderen. Er zijn pilots, proeven, uitzonderingen. Niemand weet meer wie wat mag.”

Ander voorbeeld: parasollen zonder reclame op de terrassen. Welk probleem wordt hier opgelost?
“We zijn uitgegaan van de ideale situatie. Als de raad zegt: we jagen ondernemers te veel op kosten, akkoord. Maar het mooiste is als je grote parasollen zonder reclame hebt. Dat is in Maastricht normaal, in Bergen op Zoom ook. Daar komt Anne Lize vandaan en die vond het prachtig om het hier in te voeren. We zijn beschermd stadsgezicht, dan mag je wel een beetje nadenken wat je daaraan toevoegt.”

Hoe verklaart u de klacht dat het stadsdeelbestuur de binnenstad verandert in Staphorst aan de Amstel?
“Ik trek het mezelf aan. Maar het stadsdeel is in 2002 onder slecht gesternte begonnen. Iedereen dacht: een stadsdeel centrum kan niet. Blijkbaar ben ik er niet in geslaagd te laten zien dat het wél kan. Want wat mist u nu in de binnenstad?

Het gaat meer om wat is toegevoegd. Is de regeldrift niet doorgeslagen? Het vlaggenverbod voor de horeca, inperken van reclame, de terrassen...
“Bij terrassen maken we het juist simpeler en schaffen we allerlei uitzonderingen af. Het vlaggen- en reclamebeleid zetten we het voort zoals Guusje ter Horst dat als wethouder inzette. We hebben het zelfs verruimd, want van haar mochten helemaal geen vlaggen. We hebben wel fouten gemaakt in de uitvoering. De verwijdering van de vlaggen op Krasnapolsky achtervolgt me na vijf jaar nog. Dat was stom, maar ik was toen een halfjaar wethouder. We moeten als bestuur het beeld verbeteren.”

Het is puur een communicatieprobleem?
“Voor een groot deel wel. Als u uit de eerste pagina van de Terrassennota de conclusie trekt: zie je wel, ze is aan het vertrutten... Misschien bent u een beetje vooringenomen. U heeft niet gelezen dat ik de horeca wil stimuleren. Maar dan doe ik toch iets onhandigs.”

Het beeld bestaat van een stadsdeel dat de bewonersbelangen behartigt en te weinig oog heeft voor de bredere functie van de stad.
“Dat beeld is niet terecht, zoals die ondernemer ontdekte bij de Evenementennota. Ik wil dat het centrum gemengd blijft, met wonen én werken. We moeten het beeld keren dat we tegen ondernemers zijn. Dat is een kwestie van communicatie. Je kan nooit voorkomen dat iemand op een terras moppert en een website begint. Maar goed, mensen tot uit New York hebben gereageerd, wat weten die ervan?”

Die ruim zesduizend handtekeningen, daar haalt u uw schouders over op?
“Als ik in Zutphen woon en lees over een tante in Amsterdam die 150 terrassen wil opheffen, denk ik ook: waar haalt ze de moed vandaan? ‘Die kerel moet weg,’ schreef iemand op de site. Daar kan ik niets aan doen. Ik kan wel zeggen wat voor soort stad ik nastreef. En als ik zeg dat ik die ranzige zaken op het Damrak weg wil, mag je me een trut noemen.”

Na Van der Stoels vertrek is gezegd dat de VVD als coalitiepartij vaak aan het kortste eind trekt. Bij de terrassen, parkeren, reclame.
“Dat beeld herken ik niet. Maar bij de lijmpoging hebben we er nadrukkelijk aandacht aan besteed, want we willen niet dat de VVD zich zo zou voelen. We hebben nog eens besproken dat een coalitie betekent dat je elkaar dingen gunt. Ik was niet blij met de crisis. Maar het voelt als een nieuw begin.”

Van der Stoels vertrek volgde na uw uitspraak dat met wethouder Lodewijk Asscher was afgesproken dat short stay (de tijdelijke verhuur van appartementen aan zakenlieden) voor een periode korter dan twee maanden wordt verboden. Asscher ontkende dat.
“Ik denk dat hij het een beetje anders onthouden heeft. Feit is dat short stay tot nu toe nergens mag in Amsterdam. In september 2006 kregen alle stadsdelen van het college het verzoek een uniforme regeling te treffen om short stay mogelijk te maken voor periodes tussen de twee en zes maanden. Niet minder, want dat zou oneigenlijke concurrentie betekenen voor hotels. Ik heb voorgesteld de ambtelijke werkgroep te trekken. Toen zijn we met een voorstel gekomen voor een periode van twee tot zes maanden. Maar in de tussentijd was de discussie doorgegaan. Er is nu een heel nieuw uitgangspunt, waarbij volgens de raad short stay vanaf een week moet worden toegestaan. Lodewijks denken stond niet stil, waardoor hij niet meer bezig was met die opdracht die hij vorig jaar gaf.”

Hij was vergeten wat hij had gevraagd? Dan was u onaangenaam verrast toen hij u in de raad weersprak.
“Dat was ik ook.”

Heeft u hem daar op aangesproken?
“Hij zei: het denken is doorgegaan en inmiddels denken we er anders over.”

Voelt u zich onbegrepen? U bent al vijf jaar mikpunt van kritiek.
“Het is roeien tegen de stroom in. Maar daar staan we voor. We willen niet op de Wallen vrijspel voor vrouwenhandel, we willen niet zo’n Damrak.”

Het brengt u niet aan het twijfelen?
“Nee. Het maakt me wel eens ongelukkig. Voor het herfstreces was ik aan het eind van m’n latijn.

U denkt niet: ik moet het beleid wijzigen?
“Het is het beleid van de deelraad. Ik bedenk het niet in m’n eentje! Bewoners en ondernemers denken mee. De binnenstad is het visitekaartje van Amsterdam. De schijnwerpers staan er op. Je kan je eigenlijk geen fout permitteren. In enquêtes is de waardering van bewoners voor het stadsdeel enorm gestegen. Vijf jaar geleden hoorde je nog dat de binnenstad was verloederd. Dat hoor je nu niet meer, omdat we de zaak goed schoonmaken.”

Krijgt u wel een faire kans van de critici?
“Ik trek het mezelf maar aan. En u zit hier. U kon eerst geen enkele voorstander vinden en heeft de oppositie gevraagd wat ze van me vonden. Nou bent u hier, dus krijg ik een kans. Dan moet ik er maar voor zorgen dat ik er meer krijg.”